December

December 2015

 

 

In december vieren wij Gita Jayanti.

Tijdens Gita Jayanti herdenken wij de dag waarop Shri Krishna de kennis van de Bhagavad Gita via Arjuna aan de mensheid heeft geschonken.

 

De Bhagavad Gita tref je in het zesde hoofdstuk van het uit het achttien hoofdstukken bestaande heilig boek Mahabharata, een van de grootste heldendichten uit het oude India.

De Bhagavad Gita is een dialoog tussen (Bhagavan / God) in de gedaante van Shri Krishna en Nara (mens) in de gedaante van Arjuna. Deze dialoog heeft ongeveer 5.000 jaar geleden plaatsgevonden in Kurukshetra in India.

 

In de Bhagavad Gita geeft Shri Krishna uitleg over onder andere Gyaan-, Bhakti-, Karma- en Raja-Yoga (bekende termen in Nederland).

 

Andere belangrijke onderwerpen waarover Shri Krishna uitleg geeft aan Arjuna zijn Ishvara (God), Jiva (de individuele ziel), Prakriti (materie/ natuur), Karma (handelingen / actie en reactie), Dharma en Kala (de tijd).

 

Shri Krishna gaat uitgebreid in op de 3 geaardheden: Sattva-guna (goedheid), Rajo-guna (hartstocht) en Tamo-guna: (onwetendheid).

Ook geeft hij uitleg aan Arjuna over Saguna, Nirguna, Sakaar en Nirakar (de Oerenergie gemanifesteerd en ongemanifesteerd).

 

Je treft hierin verhandelingen over de weg die een mens zou moeten bewandelen om Mukti (verlossing) te bereiken.

 

De Bhagavad Gita telt 18 hoofdstukken met in totaal 700 verzen.

 

Enkele voorbeelden van de verzen:

 

Vers 15 (Hoofdstuk 2)

Wie zich door geluk noch verdriet uit zijn doen laat brengen en altijd evenwichtig blijft, kan voorzeker zijn bevrijding bereiken.  

 

Vers 38 (Hoofdstuk 2)

Strijd om der wille van de strijd, zonder te denken aan geluk of verdriet, verlies of winst, zege of nederlaag - als je zo handelt, blijf je altijd van zonden vrij.

 

Vers 6 (Hoofdstuk 3)

Wie de zinnen en de handelende lichaamsdelen beheerst, maar intussen mijmert over zingenoegens, misleidt zichzelf en wordt een huichelaar genoemd.

 

Vers 7 (Hoofdstuk 3)

Wie daarentegen de zinnen beteugelt met de geest, en zijn handelende lichaamsdelen inschakelt in toegewijde arbeid, zonder zich eraan te hechten, stijgt hier verre bovenuit.

 

Vers 22 (Hoofdstuk 4)

Wie tevreden is met wat hij vanzelf ontvangt, wie met één maat meet, vrij is van afgunst en evenwichtig in voor- en tegenspoed, raakt nimmer gebonden, hoe hij ook handelt.